geschiedenis

Locus Publicus opende voor het eerst zijn deuren in 1978 als één van de eerste kroegen in Nederland waar men Belgische bieren kon drinken. Die Belgische bieren worden nog steeds geserveerd en ze kennen een rijke geschiedenis. Het oudst bekende bierbrouwproces stamt uit Sumerië. Al in 4500 voor Christus brouwden de Sumeriërs verschillende soorten bier. Rond het begin van de jaartelling maakt ook Europa kennis met het bierbrouwen. Dat werd gedaan door vrouwen, omdat het als huishoudelijk werk gezien werd.

Karel de Grote brengt het bierbrouwen onder in Kloosters. De kwaliteit wordt beter en de consumptie vliegt omhoog. Rond 1500 consumeerde men gemiddeld 450 liter bier per jaar per hoofd van de bevolking, iets wat we nu bij lange na niet meer halen. Toen had elke stad haar eigen biergilde en Delft telde ongeveer 150 brouwerijen. Door de toenemende vervuiling van het water dreigde de biercultuur verloren te gaan. Pas als in 1843 het lage gistingsproces herontdekt wordt, neemt de bierconsumptie weer toe.

Met de nieuwe lage gistingsmethode brouwde men hoofdzakelijk pils. Daardoor is in ons dagelijks taalgebruik pils nagenoeg synoniem geworden aan bier. Eind jaren zeventig is er sprake van een revival van de ambachtelijke speciaalbieren – niet geheel toevallig in de buurt van het oprichtingsjaar van Locus Publicus. Het ambachtelijke speciaalbier is dus weer helemaal terug en dat merk je. In Locus Publicus kun je genieten van onder andere witbier, krieken, geuzes, abdijbieren en trappistenbieren. Proost!